Rijk : Animalia (dierenrijk)
Stam : Chordata (gewervelden)
Klasse : Aves (vogels)
Orde : Cuculiformes (Koekoeksvogels)
Familie : Cuculidae (Koekoeken)
Geslacht : Cuculus
De koekoek is een vogels die zijn naamgeving overduidelijk dankt aan het geluid van zijn
roep, hij roept als het ware zijn eigen naam. De koekoek is een middelgrote, slanke vogel met zijn lengte zo rond de 30 cm.
Een uiterlijk kenmerk van de koekoek is dat twee tenen naar voren wijzen en de andere twee naar achteren.
De mannetjes hebben op de rug, de buik en de kop een blauwgrijze kleur zonder tekening. De vrouwtjes komen voor in twee gedaanten : een grijze en een bruine vorm. Jonge koekoeken zijn leigrijs met enkele roestbruine vlekken en een herkenbare witte vlek in de nek.
De koekoek komt voor in Azië, Europa en Noord-Afrika. In de winter trekt de koekoek helemaal naar het zuiden tot onder de evenaar.
Het voornaamste kenmerk van de koekoek is dat hij een broedparasiet is. Hij profiteert dus van de opvoedkundige kwaliteiten van andere vogels en hoeft door zijn ei in andermans nest te leggen dus zelf geen nest te bouwen. Zijn favoriete slaafjes zijn onder andere de heggenmus en de kleine karekiet. De jonge koekoek is al een even grote egoïst als zijn moeder en werkt na verloop van tijd zijn stiefbroertjes en zusjes gewoon uit het nest zodanig dat hij het rijk voor zich alleen heeft.
De koekoek is nagenoeg uitsluitend een insecteneter. Het eet voornamelijk rupsen, zoals ook behaarde die door andere vogels nietlusten. Ook kevers en de larven hiervan, krekels, sprinkhanen, oorwormen en libellen. Vrouwtjes eten regelmatig zangvogeleitjes. Zelf kleine slangetjes en hagedissen lusten ze wel.